Soms is het altijd van nu

February 3, 2011

Soms is het simpel

Zo simpel dat het amper nog tastbaar lijkt

Vergezocht en dichtbij gevonden

Soms volstaan enkele woorden,

Een zin is te veel

En spreken is niet nodig

 …

Soms is een moment

En momenten worden soms gestolen door iets onwaardigs

Om daarna terug gevonden, ontdekt, te worden… ooit

 …

En in het toevallige van soms stop ik dingen weg

Die aan de mooie dag de prachtige kleur van de nacht ontfutselen

Tot ze één worden, onherkenbaar in elkaar verborgen

 …

soms volstaat om te zeggen wat je hart voor je denkt,

zonder meer

zonder uitleg

zonder iets te verbergen

 …

dus hier sta ik

soms is nu

nu is voor altijd… het is gezegd

verslindend vervolmakend

December 31, 2010

Als ik me deel,
Dan zal ik mogelijks nooit meer heel zijn.
 
Ik geef een stukje van mezelf weg…
En eens ik gegeven heb,
Zal ik voor altijd, meer, deels zijn.

Niet heel mijn hart, lever, ziel en hersenen,
Maar van alles een beetje elke dag wat meer…
Tenzij ik doodbloed aan het geven delen, alleen.

Zelfs wanneer je naast me bent,
Zal ik snakken naar meer,
Naar terug compleet zijn…

Doch me neerleggen bij deelse onvolledigheid,
Aan leven en geleefd zijn,
En geloven, voelen, dat dit is wat gelukkig zijn betekent.

Zo maak ik mezelf terug volledig,
Wezend wie en wat ik ben…
 
En als je ooit zou beslissen om wat ik gaf terug te geven,
laat dat dan, want deze stukken zullen toch niet meer in mijn lichaam passen.
Gegroeid en gevoed maar met leegtes zou ik verder leven

Maar ik weet, ik word heel als ik het kleinste gemeen veelvoud me laat verslinden…

En als jij je ook laat verslinden, dan word ik meer heel dan ooit voorheen…

Angst in sur-realisme

December 30, 2010

Als ik morgen een steen gooi,

Breekt dan een berg?

Stort dan een rots te pletter op onze weg?

Als ik morgen een stille kreet sla

Barst dan een lawaai?

Vergaat dan een lied in de verte in onze lach?

Als ik morgen men ogen sluit

stilsta

en neer val

 …

Is alles dan donker voor een tijdje?

Stopt de wereld dan even mee?

Zal de grond me dan omarmend opvangen?

 …

En jij?

 …

Als ik morgen men vuisten bal

Scheurt dan de lucht aan flarden?

Verslindt dan een angst ons verhaal?

 …

Kom hier,

Dicht bij me,

Morgen is nog zo ver weg…

ontkenning

September 17, 2010

Had ik je vanuit men ooghoek gezien?

Ik dacht van niet

Maar weet van wel, stil

En zo zing ik

Een oud lied

Maar het klinkt zo nieuw

Ben ik je voorbijgegaan?

Raakte ik je onwetend vluchtig aan

Ik dacht van niet

Maar jij weet van wel

Zo dool ik

Zo ijl ik

Zo sta ik stil

Je danst, maar beweegt niet

Want je weet niet

Dat je me zag, nog voor je het ooit zelf wist

Ik wil je zien

Laat me tonen alsjeblieft…

Wedergeboorte

August 16, 2010

Als de zwarte mist me omringt,

Duik ik weg in het moeras van verloren dingen,

In het drijfzand, tussen woorden die onherkenbaar op mijn huid staan gebrand

Als de zwarte mist me omringt ,

Voelt men hart koud aan,

Koken men ingewanden door verlangens in muren van luchtkastelen gebeeldhouwd

Als de zwarte mist opkomt,

Worden men ogen zwart, en men huid bleker dan de sneeuw

Wordt men haar grijs en hou ik men armen dicht tegen ma aan met men vuisten gebald

Tot ik onzichtbaar ben, gehuld in het zwart niets…

Soms blijft hij lang, tergend, maar troostend, hangen

Soms raakt zijn adem me slechts  vluchtig

vooraleer hij zonder veel tegenspruttelen en met een onmiskenbare bemoedigende glimlach terug wordt verbannen

Men mist, men zwarte duisternis,

Is als gif een medicijn,

Is als schuld een vergiffenis

En zonder was ik wellicht al opgebrand aan het licht…

Vechtend verwelkom ik zijn visites,

Met gemis vier ik zijn vertrek…

Wetend dat hij er binnekort toch terug is… voor even, tot men hart zwarter en van zijn demonen verlost is

Zwarte mist, is als lichte dood men wedergeboorte… telkens opnieuw…

 

Ik wil de rust

Maar de rust wil mij niet

Ze verwept me,

Alsof ik haar bestaan bedreig

telkens ik aanmeer aan haar verborgen land

Ik wil het gezelschap van de eenzaamheid

want de eenzame samenheid maakt me soms moe

maar zijn gezelschap laat me alleen

En stort me in onenigheid

Met men wereld, met mezelf

Ik wil water tegen de dorst

En een onblusbaar hevig vuur in men borst

Ik wil bergen om me heen

Om te beklimmen als een dappere held

En Ik wil leven in het vlakkeland waar niets me tegenhoudt… simpel, bedeesd, lui…

Ik wil slaap

Maar wil men ogen niet sluiten

Ik wil schreeuwen

Maar wil de stilte rond me niet wakker maken…

Ik wil het vlees zonder de zonde

En de zonde zonder vrees

De nuttigheid van het kleine onnut leren respecteren

En het grote onnut van echt verloren tijd leren weren…

Ik wil… en misschien ook net weer niet…

Ik kan, en is dat niet waar het begint?

Ik wil vooral meer, vanalles en beter…

Vergeet je even van pijn,

Dan kan je even jezelf zijn.

Vergeet je even van leegte,

Dan kan je even toegeven aan begeerte.

Wat niet eindigen kan begon nooit

Wat nooit begon kan niet eindigen, ooit.

Hij daar met de verrekijker,

Met elke blik wordt hij schijnbaar rijker.

Wisten ze, voor 1 seconde maar,

De waarde van elk schijnbaar simpel gebaar.

Zij gaan een levenlang vrijuit,

Geen straf geen daad die doet afzien van hun buit…

Vergeet je dus even van pijn

Om even jezelf te zijn

We vergeten van leegte en dat begeerte

Iets is wat niet normaal vanzelfsprekend

De ruimte rond ons vult

Tot we verdrinken, verzuipen, zonder schuld

Nee, wij gaan niet vrijuit, maar vergeet even de deugd van het geduld.

SIMpEL = 132X54

March 20, 2010

Ik heb gisteren een echo gevangen

En in een gesloten bokaal van geblindeerd geel-blauw glas gestopt

Waar hij nog lang afgeschermd kan weergalmen,

Tot hij nagenoeg stilzwijgend doodgaat

En ik hem nietsvermoedend vrijlaat

Ik heb gisteren een foto gemaakt

Gedrukt op glanzend papier

Dat door niemand kan worden aangeraakt

Met kostbare inkt die enkel kan uitlopen

Door de bijtende oude regen uit verdwaalde verdwaasde wolken

Ik heb gisteren gedacht

Aan vandaag en morgen

En het eergisteren van deze dag

Twas een mooie gedachte

Twas me de tijd meer dan waard voor een geest die naar adem snakte

Twas wat het is en meer dan al wat het niet zijn kan…

Gisteren heb ik gelachen

De Dooi

February 16, 2010

Je naam klinkt als een herrinnering, een echo, ergens gevaarlijk geklemd in men hoofd

Van een lied dat ik ooit mooi vond, nadat ik het de eerste keer had gehoord

Of was het een duivelsvers in een vuil boek gelezen en op men netvlies gekerfd, ofschoon,

Ik duivelsverzen als zoetigheden vermomd normaal meteen herken

Gelukkig zie je helende blauwe plekken niet in je donker

Gelukkig gaan blauwe plekken onder je huid nooit helemaal weg

Gelukkig vervaagt alles met het sterven van de seizoenen, keer op keer, opnieuw en nog eens, ergens

Gelukkig laat elke winterse sneeuw echter scheuren na in het beton van ons fundament

Je naam klinkt als zoveel iets wat ik ooit heb gekend

En al weet ik maar al te goed wat dan zijn mag,

Dooiend water vult druppelend door de scheuren heen deze diepe  traploze kelder

En tussen de muren van mijn fundament zwem ik, duik ik, weg…

weg naar blauwgeslagen herrineringen, want nooit waren zij zo dichter bij, me innig omhelzend…

men lente,

de lente is van mij en weldra dichter … bij

en in de zomer, ten onder gaand, bloeiend, zal ik begrijpen wat de gestorven seizoenen me hebben verteld

over liefde…

February 15, 2010

Liefde geeft zonder te nemen
Liefde neemt zonder te geven

Liefde maakt alles
En liefde maakt kapot

Liefde prikkelt je huid
En voed je bloed

Liefde is licht
Als ze je niet verblindt

Liefde is vergeven
Liefde is schuld

Liefde is verlangen
En verlangen steekt ze soms een mes in de rug

Liefde is mooie warmte
Die je kan opbranden

Liefde gaat soms te snel
En soms te traag

Liefde wordt soms haat
En haat is liefde maar anders aangekleed

Liefde is zuurstof
En het vuur dat de zuurstof opbrandt

Soms gaat liefde te ver
En soms blijft ze staan en raakt ze achterop

Liefde is alles
En niets

Liefde is alles
Of niets

en niets is zoals de liefde

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.