De Dooi
February 16, 2010
Je naam klinkt als een herrinnering, een echo, ergens gevaarlijk geklemd in men hoofd
Van een lied dat ik ooit mooi vond, nadat ik het de eerste keer had gehoord
Of was het een duivelsvers in een vuil boek gelezen en op men netvlies gekerfd, ofschoon,
Ik duivelsverzen als zoetigheden vermomd normaal meteen herken
…
Gelukkig zie je helende blauwe plekken niet in je donker
Gelukkig gaan blauwe plekken onder je huid nooit helemaal weg
Gelukkig vervaagt alles met het sterven van de seizoenen, keer op keer, opnieuw en nog eens, ergens
Gelukkig laat elke winterse sneeuw echter scheuren na in het beton van ons fundament
…
Je naam klinkt als zoveel iets wat ik ooit heb gekend
En al weet ik maar al te goed wat dan zijn mag,
Dooiend water vult druppelend door de scheuren heen deze diepeĀ traploze kelder
En tussen de muren van mijn fundament zwem ik, duik ik, weg…
…
weg naar blauwgeslagen herrineringen, want nooit waren zij zo dichter bij, me innig omhelzend…
men lente,
de lente is van mij en weldra dichter … bij
en in de zomer, ten onder gaand, bloeiend, zal ik begrijpen wat de gestorven seizoenen me hebben verteld
die vind ik echt mooi