Got a minute

December 15, 2016

If you´ve got a minute,
Fill´r up
Cause i´m running low
And ive got a million places to go
Without a map or gps to guide me
Guess ive got a long road ahead, somehow

If you´ve got a second
Just smile at me
Tell me something sweet and pretty
Cause lately it seems like the world´s gone mad
And im trapped underneath the rubble
of a million bombs falling on faith and dignity

I guess this is the best of the worst
So we´ll both probably be here for a while
So fill it up, will you
Feel free to go slow and take your time,
Im just hasty, but not in a rush you know,
Go slow and just help me forget, for an hour or so

If you´ve got a minute
Fill´r up, cause i´m running low
And lately it feels like the ground keeps shifting
When south turns west and east becomes north 20 times a minute
Its hard to get anywhere, except but empty handed, and alone

I guess the faster one runs,
The easier it is to loose your way and not find it back
the scary crows ate the breadcrumbs
and the ravens wont tell us where the secret path is hidden

The roadsigns got painted in visible nothing
Truth be told, I guess it´s all just a major conspiracy
except that it isnt.

I feel ive lived a thousand years
But i skipped the part of living
That the deal with keeping ‘yourself’ out of the definition of giving…

So If you got a second
Just smile at me
And say something nice and pretty
Cause its all that makes sense on days like these
and I guess we´ll still be here for a while …
untill i can figure out what all this is really about

Advertisements

December 15, 2016

the most paradoxal things is have so much life inside your head it makes you feel dead outside for lack of expression and freedom …

Sleep your dreams off
For tomorrow a silent mist may wreak havoc on your vast garden
Flowers bloom before they bleed to death
Fruits rot before they give life again
It dies and breathes in shades i have yet to discover, somewhere
And it thrives, ow how they thrive, all around me outside, within
Sleep your dreams off
For nightmares may become twins to the sunny roads a little grouching whisperer once told you about
Cold and warm may become one of the same
Tricky twins unrecognisably desguised as opposites
If it doesn’t matter there is no more difference in anything
Indifference breaks down the stairs reaching up to our luminous basement
the ground level from which we build up, instead of down
So trapped we are
In a vast cubicle too big to move in
In a sphere as big as the sun yet as as confining as a tiny drop of frozen water
A pearl-shaped snowflake, relentlessly opposed to calling itself hazel
and so our hands are folded and hide the fear in our eyes
From behind dirty weight-cracked lenses only feckled pictures can be taken
Our name is spelled backwards and sidewards yet never correct
But never the less we sign on the dotted line although the contract is unreadable and the signature is off
My name is in a box and the box is lost
We burried it in a place i am yet to invent
I have the compass in my pocket, just have to put my eyes back in their sockets so i can watch
Dont sleep your dreams off
Cause when you wake up
Time may have stopped.

appels en coca cola

December 17, 2015

Appels en coca cola

Het een schakelt het andere uit, toch?

 

Als ik wit en zwart meng krijg ik mooi zacht grijs

Zo maak ik eenheid en evenwicht. getover.

 

lekker, Gezond, zoetbegeertelijk ongezond

Gevonden (on)verloren

 

De tafel staat scheef

De stoelen staan verkeerd

 

Houtwormen boren gulzig zichzelf ontaardend vetverstomd

Ik kan ze horen, ontlasting geurt uit de muren in het rond

 

Maar ik knijp mijn ogen dicht en spuit perfum

Botgescherpte speren gooien, onzichtbaar gif strooien

 

Je weet niet wat je leest

De woorden zijn te vet gedrukt

 

Je zal zeggen “geweldig gaat het toch”

Waarheid en transparantie is altijd een mooi gebaar, onschuld ruikt zo rot

 

Ik stop men vinger in de lucht en denk dan plots

De regen komt, ik maak snel effe een paraplu tegen de tocht

 

Ik eet appels en drink coca cola

Gewichtig gewogen, maak ik alles langzaam maar zeker helemaal kapot

mis

December 17, 2015

Een onherkenbaar schilderij

Noch abstract, noch expressief

In hun kielzog wordt alles plots minder bekend

Als een vieze filter waar je niets nog doorheen ziet

 

Fluistergenot ebt weg

En vervalt in een luid zoemend gepraat

Dat nergens te plaatsen valt

Geen enkele taal die gewijd is aan dit gebaar

 

Je stapelde de betonnen baksteen nochthans zo mooi op elkaar

Een voor een, perfect geplaatst daar waar het horen mag

En nu loopt de kelder onder

En stort het dak in elkaar

 

Grootmoedsangst neemt een plaats in je hart

Kleinheidsdrang bindt je handen aan elkaar

 

Je glimlacht wel

want de sterren vielen uit de hemel en spatten op de grond in elkaar

je ving er geen enkele al stond het net welbedacht uitgespand

maar zolang het blijft regenen is er nog een kans

 

Toen de maan me kwam toefluisteren dat het moment was aangebroken

Vroeg ik dapper maar in stukken gebroken;

“Jij bent het die ons begeleid in het midden van de duistere nacht, jij bent geen dief.

Dus laat het zijn, laat het wezen zoals het altijd was alsjeblieft, dit hoeft toch niet”

Ze sprak in harmoieuze zijdezachte tonen, als muziek zo mooi, doch als lied zo eindeloos triest, triester dan wat ik als alles wat ik al in eeuwen had gehoord.

Verlamd door haar hemelse klanken liet ik de slaperige mist me bevangen, door woede bezonnen, door onmacht gevangen, vechtend zonder tegenstander, ongebrijpend en verloren nog voor ik aan de zoektocht naar redenen was begonnen.

Toen de maan me zacht en troostend kwam vertellen dat dit huis zou beven en instorten, om daarna aan de andere kant van de zon te worden heropgebouwd, dacht ik dat het allemaal een vuile leugen was om me te tergen of een wanhoopsdaad om me pijn te doen.

“Jij bent geen vriend van me, verdwijn, ga weg, ik wil je niet meer aan mijn zijde” snauwde ik in het wilde weg. “Ik wil je nooit meer zien.”

Ze nam je bij de hand en verdween samen met je voorbij de horizon.

De nacht werd grijzer, zinloos en donkerder dan ooit voorheen, al maakte ik mezelf wijs dat ze nog nooit zo klaar was geweest, vol woede op die maan die ik niet meer vertrouwen kon.

“Opgeruimd staat netjes, we kunnen zonder!” verkondigde ik luidkeels.

Zo luid dat het amper echt leek.

En toen brak de dag aan…Zonder zon, zonder warmte, en alles treurde rondom me en ging een beetje om tot stof.

Verbijsterd stapte ik naar de zon en vroeg “hey, wat is er aan de hand”, ben je niet blij, nu steelt niemand nog je zonlicht, nu ben jij de keizer, de koning en de prins, al wat was en is”.

Hij antwoordde me kort en bondig, hooghartig doch gekrenkt “wel als de maan er zo maar tussen uit mag, dan doe ik dat ook, want alleen is maar alleen, en wat is de dag zonder de schaduw van zen licht in de nacht?”

Duisternis viel, en wanhoop teisterde het rijk, en alles werd heel stil …

Maar zelfs in duisterns tikt de tijd kordaat voorbij als eeuwige zekerheid in de chaos.

Pijn deed minder pijn.

En herrinneringen kwamen als kleurrijke fotos aan de muur te hangen van een prachtig nieuw huis gebouwd aan de andere zijde van de zon.

Met spijt in het hart en zacht verdriet eindelijk getemd reisde ik naar het land waar de maan zich sindsdien had verscholen ver van me weg.

“ik zal nooit begrijpen waarom, en mijn hart zal voor altijd een beetje stuk zijn, maar ik aanvaard wat je moest doen, kom je alsjeblieft terug, ik mis je stem, je vriendschap, je omhelzing.”

Met een warme omarmende gloed keek ze me aan en zei “ik ben toch nooit weg geweest, ik stond er altijd, net zoals steeds, je zinderende hoofd had het gewoon te druk om me te kunnen zien. De splinters in je hart deden je ogen pijn waardoor je niet zag, maar ik was er altijd”.

Ze glimlachte, zoals ik het al lang niet vn haar had gezien.

En terwijl ze zacht ten onder ging en men hand losliet kwam de zon terug op en zei “goede morgen lief kind. Niets is ooit echt hier, niets gaat ooit echt weg, vergeet dat niet.”

Dankje, zei ik.

Ik zal je missen, al zal je het misschien nooit weten hoe hard.

Niets is ooit echt helemaal hier en niets gaat ooit weg.

Slaap zacht, ik vergeet je nooit lieve vriend …

2 is 1 te veel

November 13, 2015

Ik loop naast je

Maar je ziet me amper

Al voel je men schaduw op je huid

Met elke stap en elke beweging

Telkens je stilzwijgend teleurgesteld naar de grond kijkt

In de spiegel lijk je afwezig

Al sta je er wel degelijk

Maar je kijkt boos doch schijnbaar onverschillig door me heen

Alsof je me amper nog kent

Alsof je me amper ooit gekend hebt

Je bent de tweede ziel van slechts 1 geheel

Het brein zonder hart

Het hart dat zichzelf verdrinkt

In een zee zonder water

In een rivier van ongetemd, onbegrepen onstuimig zwart

Ik adem je

Maar snap je precies niet

Als ik je hand vastneem dan voel ik angst

In je donkere hellgroene ogen die ik nog nooit echt zag

Je verbergt je zo meesterlijk wel in de scheuren van ons fundament

Je kent mijn naam maar ik ken de jouwe niet echt

We vechten voortdurend stomweg in vurige ijskoude stilte met elkaar

Uit op elkaars bloed en vernieling als woeste tamme leeuwen op territoriumjacht

Want dit gigantische huis lijkt veel te klein om samen in te bestaan

Doch je vermomt je in de steunpilaren van mijn prachtige grote grijze troonzaal

Je bent nergens en overal, grote dappere meneer, klein bang kind, mijn verliezer… mijn winnaar

En als één van ons ooit effectief deze gewetensloze oorlog wint

Als één van ons ooit de andere doelloos triomfantelijk verstikt

Gaan we er wellicht beide aan

Een medaille met slechts 1 kant kan nooit bestaan?

Ik schreeuw vrede en jij schreeuwt brand, of is het omgekeerd dan?

Je kent mijn naam denk ik miscchien wel

Maar ik ken de jouwe precies niet echt

En zo vergeet ik de mijne geleidelijk aan ….

dorst zonder zonde

November 13, 2015

Neem terug wat je me nooit gaf

Ets je tanden in mijn huid en kras je klauwen in mijn hout

Maar wis je sporen wanneer je komt stelen …

Wat nooit van mij is geweest …

Want nooit kan worden …

~

Geef terug wat je nooit nam

Voor ik wakker word

Voor ik je vluchtrivier volgen kan naar waar alles ontstond …

In het holst van je eenzame magische woordenwoud

Daar in het heldere centrum van dit schemerige heelal

~

Bloedgeboren

Vleesgeworden

Botgestorven

Dichtbij vermoord

Om ooit te zijn herboren

~

We zweven in het ijle

Net als een schaduw in het dagduistere donker

Onbeslist, onbepaald, wezend onbestaand

Niets is, niets geeft zich bloot

Alles met zen allen onverborgen weggestoken chaotisch onverstoord

~

Wie niet weg is is gezien

Wie gezien is wordt verzwolgen

~

Neem terug wat je me nooit gaf

Want ik neem alles met begeerte zonder zonde

Strip het vlees van de botten

Kijk niet naar hun beneden noch naar hem daar boven

Het mooie beest is schaamteloos wakker geworden

~

Scheurzielend, mooidromend, onverbolgen, duisterverslindend donkeromwonden

En deze keer laat ik niets achter, geen ene rode druppel, geen gram, geen seconde

Want mijn grootmoedige ziel heeft dorst en honger

~

Wie niet weg is is gezien

Wie gezien is …

delen 2

October 25, 2015

Als ik me deel zonder me te laten verslinden
Dan zal ik mogelijks nooit meer heel zijn
Ik geef een stukje van mezelf weg
En eens ik gegeven heb
Zal ik voor altijd, meer, deels zijn

Niet heel mijn hart, lever, ziel en hersenen
Maar van alles een beetje

Elke dag wat meer
Tenzij ik ondertussen doodbloed aan het geven, delen, alleen

Zelfs wanneer je naast me bent
Zal ik snakken naar meer
Naar terug compleet zijn

Doch me neerleggen bij deelse onvolledigheid
Aan leven en geleefd zijn
En geloven, voelen, dat dit is wat gelukkig zijn betekent

Zo tracht ik mezelf tevergeefs terug volledig te maken
Wezend wie en wat ik ben

En als je ooit zou beslissen om wat ik gaf zomaar terug te geven
Laat dat dan maar uit

Want deze gegeven delen zullen toch niet meer in mijn lichaam passen

Gegroeid en half gevoed doch klein van spijt en hongerig zou ik verder leven

Maar ik word heel als ik het kleinste gemene veelvoud me laat verslinden

En als jij je ook laat verslinden

Dan worden we meer heel dan ooit voorheen

SIMpEL 2

October 24, 2015

Ik heb gisteren een echo gevangen

En in een gesloten bokaal van geblindeerd speciaal blauw-geel glas gestopt

Waar hij nog lang afgeschermd kan weergalmen

Tot hij nagenoeg stilzwijgend doodgaat

En ik hem nietsvermoedend vrijlaat als de vlinder die hij is geworden

Ik heb gisteren een prachtige foto gemaakt

Gedrukt op glanzend papier

Dat door niemand kan worden aangeraakt

Met kostbare inkt die zelfs niet kan uitlopen

Door de zure bijtende regen uit verdwaalde verdwaasde oude wolken

Ik heb gisteren zorgeloos gedacht

Aan vandaag en morgen

En al hun voorlopers en nakomers die nog moeten komen

Twas een mooie gedachte

Twas me de tijd meer dan waard

Voor een geest die naar adem snakte

Twas wat het is en meer dan al wat het wel of niet zijn kan…

Gisteren heb ik oprecht gelachen